Waarom is inzicht in productinformatie belangrijk voor een circulaire economie?

Waarom is inzicht in productinformatie belangrijk voor een circulaire economie?

Grondstoffen worden schaarser en duurder. Leveringsketens staan onder druk, prijzen fluctueren heftig en bedrijven worstelen met onzekerheid over beschikbaarheid van cruciale materialen. Deze realiteit maakt het essentieel om grondstoffen slimmer te gebruiken en langer in de kringloop te houden.

Transparantie vormt de basis voor deze omslag. Zonder duidelijke informatie over wat er in een product zit, blijven recycling, reparatie en hergebruik lastig. Het digitaal productpaspoort (DPP) wil deze transparantie gaan realiseren en helpt ondernemers grip te krijgen op hun grondstoffenstromen.

Inzicht in productsamenstelling betekent strategisch voordeel. Wanneer je precies weet uit welke grondstoffen een product bestaat kun je weloverwogen beslissingen nemen, zowel bij inkoop als aan het einde van de levensduur.

De nieuwe EU-wetgeving ESPR (Ecodesign for Sustainable Product Regulation) dient deze transparantie en inzicht te gaan bieden. Vanaf 2027 moeten fabrikanten een digitale identiteitskaart verstrekken met informatie over technische prestaties, materialen en hun herkomst, reparatieactiviteiten, recyclingmogelijkheden en milieueffecten.

Deze transparantie maakt het mogelijk om producten langer te gebruiken, effectiever te repareren en waardevolle grondstoffen terug te winnen. De eerste verplichtingen gelden voor batterijen en textiel, met daarna verwachte uitbreiding naar bouwmaterialen en elektrische apparaten.

Koen Vrielink projectleider Circulaire Economie bij en directeur-eigenaar van duurzaam project- en adviesbureau Lentekracht

Dit artikel werd geschreven door Koen Vrielink

Directeur I Senior projectleider - Circulaire Economie en Afval & Grondstof

Koen schrijft over hoe duurzaamheid praktisch bijdraagt aan de continuïteit en vernieuwing van organisaties. Met zijn ervaring in circulaire economie en afval & grondstof laat hij zien hoe bedrijven en instellingen duurzaamheid concreet én toekomstbestendig kunnen maken.

Meer van Koen